Fietsvirus

Foto en reisverslag met hoogtepunten van Rondje Overijssel. Scroll verder onder de foto’s.

Er klinkt een hoop gekwetter in het luchtruim. De boerenzwaluwen maken zich klaar voor een tocht naar hun overwinteringsgebieden in West- en Centraal Afrika. In ongeveer vier weken vliegt het dier bijna 10.000 kilometer. Daarmee is mijn fietsweek van 360 kilometer bijna een ‘ommetje’ in vergelijking met deze kleine vriendjes. Misschien hebben we één ding gemeen, een drang om te gaan. Een instinctief gevoel om te reizen. Voor hun is het van levensbelang, voor mij slechts een manier van overleven… Op de fiets ben ik alleen met mijzelf en de omgeving.

Tekst gaat verder onder de foto.

In mijn lijf woelt een virus, het is er altijd en het maakt onrustig. Het is de drang om offline en zonder GPS, grote afstanden af te leggen. De extra uitdaging in Nederland: autoluw fietsen. Die uitdaging maakt dat ik soms kilometers omfiets, maar het loont. Mijn persoonlijke record kwam deze zomer op een 91 kilometer in zes uur waarvan meer dan de helft via natuurgebieden. Helaas heb ik vanwege de warmte de reis vroegtijdig beëindigd, maar het lukte mij toch om een stuk van Overijssel te verkennen.

Stel je voor: waar is er nog stilte te vinden in Nederland én hoe gastvrij zijn mensen? Met deze vragen in gedachten startte ik mijn reis in Zwolle met als doel een grensronde Overijssel. Ergens tussen alle hitte door werd ik getrakteerd met een paar koele dagen rond de 19 graden, koele tegenwind, bewolking en zelfs de eerste nachtvorst! Op dat laatste was mijn zomerse fietslijf in juli niet voorbereid, maar dat maakt het fietsen ook zo leuk.

Een van de vele kleine en smalle bruggetjes bij Belt- Schutsloot. Gelukkig lekker rustig met toeristen dus ik kon het hele stuk doorfietsen. Door de Wieden-Weerribben met flinke buien.

Ter inspiratie gebruikte ik de route van wereldfietser: FietsKriebels. Te vinden op: www.rondjeoverijssel.nu

Start: Zwolle CS — Zwolse Dijk(44km) —  Hasselt — Jonen — Dwarsgracht(45km) — Dedemsvaart – Drogeropslagen(65km) — Kloosterdijk — Mariënberg(55km)– Noord Enschede(91km) — Diepenheim (55km) — abrupt einde.

Karakteristieke landschap van de Wieden met Hollandse luchten.

Bij station Zwolle fiets ik achter Dinoland langs en moet ik grinniken om de slordige ‘achterdeuren’ van het park en het achterstallig onderhoud van die ‘bekende’ dino die langs het spoor staat.  Al gauw ben ik de stad uit en fiets ik richting Hasselt. Over een fietspad langs een lange dijk kom ik langs een hazelnoten kwekerij. Helaas is het hazelbos gesloten. Vroeger was deze omgeving een en al bossen met hazelaars. Daar is weinig van te merken, terwijl ik staar over de vele ‘groene woestijnen’. In Genemuiden kom ik langs een knusse koffieschenkerij het Boerendiekhuus waar ik gastvrij word ontvangen door jongens in de dagbesteding. Na de nodige betaalbare koffie in een zelfgemaakte keramieken kopje fiets ik vrolijk door. Gastvrijheid in de top. Ik was hun eerste gast van de dag en iedereen stond te trappelen om een gezellig praatje. Dit soort plekjes maken een fietstocht keer op keer weer bijzonder.

Het stuk van Steenwijk naar Drogteropslagen is niets bijzonders, maar voorbij Harderberg wachter er mooie stukken. Na een snelle bandenwissel en verrukkelijk maaltijd bij een kennis in Dedemsvaart (uiteraard een lekke band aan het eind van de rit) kom ik in de avond aan in een Drents buurtschap Drogt. Een dorp wat ontstaan is door de veenwinning.

Ook de route naar Mariënberg valt wat tegen. Mariënberg zelf ook, de host is op vakantie maar ik mag gebruik maken van hun tuin. Echter… Er is géén tuin. Het erf is een open weidelandschap wat in de toekomst een voedselbos moet worden (aldus de host). Voor nu moet ik hier met mijn creativiteit een maaltijd bereiden en een tent opzetten in de openwind. De huizenoppas is wat nors en kijkt niet naar mij om. Prima, dan heb ik de vrijheid… Letterlijk, want het uitzicht is vrij, open en wijds.

Na allerlei meubels van het terras te hebben gesleept kan ik tegen het vallen van de avond een maaltijd bereiden in de luwte. Door wat tafels en stoelen om de tent te zetten lig ik uiteindelijk redelijk beschut. Ik moet lachen om mijn creaties na een lange fietstocht en val moe, maar voldaan in slaap…

tafels en stoeltjes op zijn kant. Tent in een open landschaps’tuin’… Geen beschutting, maar dat regel ik zelf wel.

… Vanuit Mariënberg start een prachtige autoluwe natuurroute. De ochtend is nog saai met vele grasvelden en boerderijen, maar halverwege de middag vanaf Vasse voelt het voor het eerst als een avontuur. Hier pak ik de ‘pukkeltjes’ van Nederland mee. Het zijn geen bergen noch heuvels te noemen en toch geven ze een klimmetje, de Braamberg(76m) Hooidijk(76m) en de Witte Berg(65m). Hier maak ik kennis met het Springdal,  trap ik snel door het toeristische Ootmarsum, door natuur Achter de voort, Achterbroek, en volg ik de Dinkel om in natuurgebied Lutterzand uit te komen. Om Oldenzaal heen, door het kleine Smoddebos, fiets ik via de Lonnkerberg en het verlaten vliegveld van Twente  uiteindelijk Enschede Noord binnen. Een vriendelijke gastvrij met een vrolijke hond, haar tuin met 600m2 bos en een warme douche zijn een mooie afsluiter van een dag 91 kilometer trappen.

De volgende dag voel ik mijn benen verzuren en de tempratuur toenemen. Ik heb een tocht van wederom 90 kilometer gepland richting Sallandse heuvelrug, maar dan kom ik na 55 km op een bijzondere plek en tevens een abrupt einde van mijn fietstocht, maar hier kom ik zo op terug.

Overijsselse Vecht, meanderend door het landschap.

Welcome to my garden: Afgelopen zomer trok ik weer met regelmaat langs tuinen voor een slaapplaats. Ik kwam op originele plekken. Een boomgaard met uitzicht op een grote plas, een kas in aanbouw waar ik uit de luwte kon rusten, een tuin wat geen tuin maar een open landschap bleek te zijn, een privébos aan de rand van de stad en een landgoed. De tuinen kon ik vinden aan de hand van de kleine knooppuntkaartjes langs de route en de grote dorpskaarten aan de rand van ieder dorp. Zo had ik geen GPS nodig. Ook fietsten er tot twee keer toe iemand mee die ook dezelfde richting uit moest.

Een deel van mijn eten kon ik kopen langs moestuinkraampjes aan de kant van de weg. Dit scheelt verpakkingsmateriaal, gewicht en geld. Veel groente en fruitkraampjes boden voor een euro of twee hun producten aan, ideaal. En natuurlijk kom ik met vragen een heel eind…

Overnachting in een boomgaard bij Dwarsgracht. Vrij gebruik van hangmat en gratis knuffels van de muggen.  🙂

Tijd: Tijd raak IK onderweg kwijt, net als mijn geheugen. Het voelt of mijn brein gefrituurd is en ik slechts één dag tegelijk kan onthouden. Kilometers vervagen en afstanden worden groter en groter. Een stroom van eindeloze gedachten komen en gaan. Ze gaan nergens over of ze gaan over het leven. Alles stroomt, net als de Vecht, de Ijssel, de Reest, de Dinkel, de Overijsselsche Vecht en alle kleinere (drooggevallen) beken die ik tref op de route. Met de echo van de zee in mijn hart trap ik door. Ik mis de zee, maar ik wil het landschap en de Nederlandse geschiedenis ontmoeten. Ik ben onderweg zonder tijd. Pas op dag vijf kan ik weer genieten van een warme douche. Na een lange dag fietsen. Het was het waard, maar het is ook niet eens erg. Een fietserslijf leert tevreden te zijn met weinig.

Ontmoetingen:  Vaak ben ik tijdens het fietsen aangewezen op mijzelf. Helaas nog geen dames van mijn leeftijd tegen gekomen onderweg.

In Meppel ving de Echte Bakker mij op met lekkernij en een kop koffie tijdens een pittige regenbui. Ik kwam wat duizelig de winkel binnen lopen en werd direct goed verzorgd door het personeel. Vol goede moed kon ik na een kort gesprek mijn tocht weer vervolgen, maar niet voor de dames achter de balie nog even vroegen of het écht wel goed zou komen.

mensen vragen ‘Waar gaat de reis naar toe?’ Ik antwoord vaak: ‘Opzoek naar de stilte.’  het is een opening voor een mooi gesprek en de diepgang waar ik naar verlang. Al lijkt niet iedereen zich te storen aan de ruis van het lawaai in ons land.

Hoop: In Mariënberg raakte ik bij de kerk aan de praat met twee vrijwilligers van de kerk. Ik stond wat op de kaart te kijken toen de heren nieuwsgierig vroegen waar mijn reis naartoe ging. Een mooi gesprek volgde onder het genot van koffie uit een thermosfles. We hingen wat ongemakkelijk op het lege kale kerkplein. Ik leunde met mijn rug tegen de muur en luisterde naar de betekenis van het woord ‘bidden’.  Op de vraag of ik met God ga antwoorde ik kort, maar volgde er een filosofisch gesprek. De twee vreemdelingen luisteren aandachtig en zijn zichtbaar onder de indruk. We komen tot de conclusie dat bidden niet direct het ‘Woord naar God’ hoeft te zijn. Het is de kracht dat er iemand voor je bid en aan je denkt als je het moeilijk hebt. Ik drink een tweede kop koffie uit de bruine plastic campingbeker. Vol moed en hoop stap ik na een half uur op de fiets. Het was een moment van bezinning. Iets aan deze ontmoeting geeft mij duidelijk kracht. Met bemoedigende woorden en een traan sluiten we ons gesprek af en het raakt mij diep dat een vreemde zo heeft geluisterd. Oprecht, zonder oordelen. Zulke gesprekken geven een steuntje in de rug. Het is de brandstof voor de dag. Ze wensen mij een goede reis. Een reis… Dat is het leven zeker. En ik verzink in gedachten en het ritme van de versleten trapas die stug door tikt bij iedere trap. De woorden stromen in het hoofd. Geen een zal het papier raken.

In de luwte overnachten in kas in aanbouw.

Opzoek naar stilte: Langs het Jonenpad staat de Jonenhoeve met een klein kraampje en een koelkastje met lekkere sapjes. Ik word altijd erg blij van alle boodschapjes die ik onderweg kan halen. De Rustpunten en groentekraampjes langs de kant van de weg zijn een mooie uitkomst voor de hongerige fietser. Met het gemoderniseerde pontje van Jonen steek ik binnen een minuut het Jonenpad over. De pontbediende spot met mijn kisten. Ik lach om zijn klompen. 1,50 euro pinnen om binnen 1 minuut aan de andere kant van het water te zijn. Ik mopper nog dat ik bij Meppel wél gewoon met muntjes kon betalen. ‘We zouden zinken met al dat muntgeld van de toeristen.’ antwoord de man.

Aan de overkant van het Jonenpad ontdek ik na een paar dagen fietsen EINDELIJK de rust en stilte van de Wieden. Hier hoor ik het riet ruisen, maar verder niets. Het is een smal fietspad en ik bewonder de vele libelles. De roep van de kerkuil, het geklepper van de ooievaars. Verder vond ik de stilte in het glooiende landschap van de Dinkel, ik vond de stilte op de Vasserhei en omarmde de rust op landgoed Nijenhuis. Voor al die plekken moest ik lang fietsen, voor ik éven een moment van stilte kon voelen. Bij Zwolle, Dedemsvaart, Enschede… Overal klonk in de nacht het geluid van het verkeer. Om de stilte te vinden, moest ik veel fietsen maar hier en daar kun je het in dat hoekje van Overijssel zeker vinden.

De laatste stop: het is de dag na de 91 kilometer en er hangen onweerswolken boven mijn hoofd. Het wordt al te warm om te fietsen en de heide van Buurserzand en Haaksbergerveen voelen als een woestijn. Ieder bochtje dat ik even onder de bomen kan fietsen, haal ik opgelucht adem. Ik mopper, want ik haat de hitte. Maar hoe meer ik mopperend doortrap hoe verder ik in het hoofd terecht kom. Mijn doel is naar de Sallandseheuvelrug, maar Haarle lijkt nog een eind en ik doe heel rustig aan. Ik kom aan bij een populair Rustpunt in Lochhuizen. Een oude boerderij ‘den Tuun’ is hier omgetoverd tot woonkamer. Op de koelkast hangt een briefje: ‘TAART! Doe alsof je thuis bent… Jammer! Hier moet je wel betalen.’  Appelsap uit eigen boomgaard, verrukkelijke taarten en vertrouwelijke zelfbediening. In de koelte neem ik binnen plaats aan een tafel uit ‘oma’s huis’.  Ik merk dat ik ontroerd raak van zulke mooie betaalbare rustplekken. De gastvrouw stopt al haar liefde in dit huis. Dat voel je.. Dat proef je!

Huiskamergevoel in Rustpunt bij Lochhuizen. Boerderij Den Tuun www.dentuutn.nl/Rustpunt

Rond vier uur heb ik slechts 55 kilometer gefietst en ik moet er nog eens 50. Bij landgoed Nijenhuis plof ik even neer op een steen voor het kasteel en luister naar de roep groene specht. Bij een kraampje op het

landgoed heb ik een ‘knabbelzakje’ gekocht met lokaal fruit, komkommer en tomaat. Ik wist toen nog niet dat mijn reis hier op het landgoed zo eindigen. Abrupt, maar met een prachtig spontane ontmoeting. Een van de bewoners komt naar buiten en dankzij zijn verhalen en spontane rondleiding komt het landgoed plots tot leven. Van moestuin met originele kassen uit 1800 tot een bos met bomen van 200 jaar oud. Door de vermoeidheid had ik nog niet veel van het landgoed meegekregen, dus deze ontmoeting was een groot geschenk voor de vermoeide fietsbenen. De heer des huizes bied mij een maaltijd en overnachting aan en we praten tot de vleermuizen ontwaacken en de roep van de bosuil door het bos galmt…

gezond fruit en groente in een kraampje langs de weg. Een knabbelzakje voor de hongerige fietsers

Zulke verrassende wendingen maken een fietsreis tot een onverwachts feest.  Spontane gesprekken, kraampjes langs de kant van de weg, watertappunten bij mensen thuis en zoveel mooie fietsgebieden… Ik vrees dat ik nog lang het fietsvirus in mijn bloed zal meedragen. Net zolang tot het mij helemaal lukt om niets meer te plannen en gewoon spontaan een windrichting op te fietsen. Zoals Stef Bos zingt in zijn lied de Weg: ‘Je ziet meer op een weg die je niet kent..’

en… Het rondje Overijssel is nog niet ‘af’, net als alle andere tochten die ik nog mag maken. Wanneer is een route klaar? Als fietser ben je nooit uit gefietst.

Een rustpauze op landgoed Nijenhuis in Diepenheim.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.