(de deur) UIT!

Een van de kleurrijke schilderijen van Elly Westgeest

De wilde enthousiaste lentevrouw in mij maakt gauw plaats voor het ongetemde zomerkind ( Summer Child -lied van Dar Williams)  Onbezonnen en veerkrachtig, maar in verbinding met de elementen van de zomer.

Ik groei naar het licht toe en er is te weinig tijd in de dag om alles te doen wat een kruidenvrouw wil doen. Vlak voor de buien heb ik een papierentas gevuld met vlierbloesem uit eigen tuin. Er moest vlierbloesem limonade, vlierbloesemijs en een gelatineachtige zoete gel gemaakt worden. Er staat ook een pot vlierbloesem op sterke alcohol tegen de winterse griepjes. Gisteren heb ik bossen tijm geoogst om te drogen. Deze dagen is Bijvoet, och schone bijvoet aan de beurt. Er moeten wierrooksticks gemaakt worden voor de langste dag. Daarnaast zijn de geurige kruiden aan de beurt. Salie, Marjolein en de geurende rozemarijn. Wat mag ik daar toch veel mee doen.

Kruiden om te drogen

Iedere dag verzin ik nieuwe klusjes die volgens mijn kruidenhart moeten gebeuren. Of eigenlijk verzint de tuin deze klussen. Ze ontstaan heel organisch. Ik heb geen lijsten die ik afvink, maar ik ga de deur uit en kijk welk kruid mijn aandacht trekt. Zo vlieg ik over de tuin. Er is altijd ruimte om bloemen te oogsten. Gifvrije biologische bloemen die zo op de composthoop kunnen nadat ze uitgebloeid zijn. Wat een feestje, want de grote ceintaurie (knoopkruid) vormt op de vaas ook gewoon haar zaden.

Over zaden gesproken, die moeten natuurlijk ook geoogst. Dus struin ik met een bakje over de tuin om zaden te oogsten. De beemdkroon is al uitgebloeid. Door de uitgebloeide bloemen te verwijderen, vormen de meeste planten weer nieuwe kleurrijke bloemen. Zo verleng ik de bloei. Soms is de plant sneller en heeft ze al zaden geschonken en deze sla ik op in potten.

Straks zijn de leuke zaaddozen van papaversoorten aan de beurt. Zoals de klaprozen, die hebben zich inmiddels in grote aantallen verzameld op mijn land. Die kleur van rode kroonbladeren met een zwart hart aan de binnenkant doen mij denken aan de jurken van Spaanse Flamencodanseressen. Om de ‘jurken’ te zien kun je het beste in de ochtend hun pracht aanschouwen. Dan ontvouwt de klaproos zich van een gekreukte rode zakdoek naar een prachtig felrode ‘jurk’. Die schoonheid ontging ook schilderes Elly Westgeest niet. Elly schildert graag bloemen en werd aangetrokken tot de kleurrijke ‘bende’ op mijn tuin. Dus binnenkort staat er een ezeltje op mijn tuin, gelukkig wel een schildersezel. Kijk eens hoe levensecht Elly de klaprozen tot leven laat komen in haar kunst: op deze website.

“Ja, ik ga gewoon de deur uit en opzoek naar nieuwe plekken om te schilderen.” Vertelt de 70 plusser mij. “Mijn oog viel op al dat rood, zou ik op jouw land mogen schilderen?”

Trots laat ik Elly alle bloemen zien, maar ik benadruk dat de schoonheid alleen in de ochtend te aanschouwen is. Toch kan ze het niet laten en komt in de middag terug in de veronderstelling dat het wel mee zal vallen. Ze slaat haar handen voor haar mond. De rode zee van klaprozen is verdwenen. Alle kroonblaadjes liggen als een rood tapijtje op de grond. “Dus toch!” roept ze wat geschokt.

“Ja, de goudsbloemen gaan pas open als de zon schijnt, maar de klaprozen ontvouwen zich in de vroege ochtend. Laatst was ik hier al om zes uur in de ochtend en heb ik ze echt open zien gaan.” Vertelde ik haar trots.  En er is nog meer vuurrood op de tuin, want de aalbessen zijn rijp. Dagelijks zit ik met mijn hoofd onder de fijnmazige netten(tegen de vogels) om de roodste te plukken. Zoals ieder jaar gaat dat heel zorgvuldig. Een in mijn mond, een in het emmertje.

Dan nog de kilo’s tuinbonen, en vele doperwtjes die op skivakantie gaan deze zomer. Even kort blancheren en hup de vriezer in. Het liefste wil ik leren wecken, want dan ben ik minder afhankelijk van de stroom. Dat weckproces is echter een hele kluif dus vertrouw ik op de vriezer.

In de aanloop naar mijn midzomerrituelen wil ik trouwens nog heel veel tuinklusjes doen, maar het enige wat moet is de deur uit. De rest komt vanzelf aanwaaien. Net als het fietsvirus wat inmiddels ook weer is komen aanwaaien. Mijn benen willen malen, niet mijn hoofd.

Op naar de langste dagen, het buitenslapen en de fietskriebels. En ja, het is mogelijk om héél lang offline te zijn. Je wil daarna nooit meer ‘Aan’.

Geen zorgen hoor ik kom vast wel terug…

Fijne zomer.

 

Eén reactie

  1. Mooi verhaal weer!!!

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.