De groene pen – schrijfster Els Baars

Vandaag schrijft natuurverhalen schrijfster en homeopaat Els Baars over haar passie voor natuurverhalen en natuursprookjes. Els is een grote inspiratiebron voor Moedertje Groen. Haar natuurverhalen zijn in heel Nederland bekend en worden aan jong en oud voorgelezen en doorgegeven.

“Verhalen vertellen is gratis, je hebt er niets voor nodig en kan ieder moment en overal.” – Els Baars

Als schrijver van natuursprookjes heb ik een ideale naam: Els Baars.  De els is ook een van de meest voorkomende inheemse bomen van West Nederland. Dat geldt ook voor mijn achternaam. De baars is een van de meest voorkomende vissen in de wateren van ons lage land. De baars paait graag aan de wortels van de els, die op haar beurt het liefst dicht bij water of in moerassen groeit. Niet alleen mijn naam, ook mijn geboorteplaats moet meegeholpen hebben mij tot een groot liefhebber van de natuur te maken. Ik ben geboren en getogen in het West-Friese Grootebroek, wat groot moeras betekent.

Vanaf mijn prille jeugd was ik het liefste buiten en struinde ik graag met een verrekijker in de rietvelden bij het IJsselmeer. Later zat ik als puber graag te mijmeren op de basaltblokken van de dijken van de voormalige Zuiderzee. Ik zag er talloze krooneenden, smienten, zaagbekken en veel meer watervogels, in grote getale overwinteren.

Uit de natuursprookjes van Els Baars: “Hoe komt de merel aan zijn gele snavel?”
Foto: Mike Melis

Door de studie en de liefde belandde ik in de drukke Randstad. In mijn vrije tijd trok en trek ik veelvuldig naar de duinen en het strand of naar de andere parels in het Zuid Hollandse landschap.

Ruim 15 jaar geleden werd ik tijdens de opleiding tot natuurgids bij IVN-Leiden geïnspireerd door natuursprookjes. Ik ontdekte dat ze ideaal zijn om te gebruiken tijdens natuur-excursies in het veld. De meeste mensen vergeten alle namen en feitjes van planten en dieren snel. Maar verhalen over waarom de de eik zijn blaadjes in de winter vasthoudt, hoe de heksenbezem is ontstaan of waarom het sintjanskruid gaatjes in zijn blaadjes heeft, vergeten ze niet. Na een verhaal willen mensen meer weten over het plantje of dier. Verhalen bleken niet alleen leuk, maar ook een waardevolle educatieve methode.

Ik ging natuurverklarende sprookjes verzamelen, vroeg ze aan andere natuurgidsen, zocht ze in oude bronnen. Ik herschreef en moderniseerde ze volgens een vast stramien waarbij gedrag, uiterlijk of naam de hoofdrol kregen. Over planten en dieren waarover geen verhaal te vinden was, schreef ik nieuwe sprookjes, zoals de koekoeksbloem en de grote bonte specht. Belangrijk is dat de plant of het dier in Nederland moet voorkomen.

Bladzijde uit het boek van Els Baars

Vanaf 2003 zette ik ze voor andere natuurgidsen op een website. Toen liep het uit de hand. Velen lazen de verhalen en vroegen me verhalen te komen vertellen. Zo werd ik zomaar schrijver en verhalenverteller.

Niet alleen natuurgidsen lezen de verhalen, ook onderwijzers, kunstenaars, therapeuten, dominees en vele anderen. Ze worden verteld aan in bejaarden- en verpleeghuizen en op scholen en aan (klein)kinderen. Maar natuursprookjes zijn niet alleen voor kinderen. Volwassenen vinden ze net zo leuk!

Boswachters en andere lezers van de site vroegen me ze uit te geven in boekvorm. De eerste de beste uitgever was enthousiast. Inmiddels zijn er 3 boeken met samen zo’n 80 natuursprookjes verschenen die ook nog een heel goed zijn verkocht. Ik ging het land in om verhalen te vertellen en gaf workshops verhalen vertellen aan natuurgidsen en anderen zodat zij ook natuursprookjes in het veld gingen vertellen. Geweldig dat een bijna vergeten traditie van verhalen vertellen in het veld uit de vergetelheid werd gehaald.

Rupsjes van de Stippelmot uit het sprookje: “hoe zijn nachtvlinders ontstaan?” Foto: Els Baars

Op de website natuurverhalen.nl staan nu 109 natuursprookjes. Voor een groot deel zijn ze ook vertaald in het Engels, Duits en Frans, want de natuur kent geen grenzen.

Dit jaar heb ik weinig tijd om nieuwe natuursprookjes te schrijven.

Naast mijn werk, schrijf ik aan een kinderboek voor 8-10-jarigen. Een avonturensprookje waarbij uiteraard planten en dieren de hoofdrol spelen.

In de natuur geniet ik van alles, maar vooral van vogels. Vaak wordt me gevraagd welke vogel mijn favoriet is. De gierzwaluw is mijn favoriet, de hele maand april wacht ik met gespitste oren op het eerste gegier. De smienten zijn mijn favorieten, heerlijk om ze in het donker in de polder te horen fluiten. De winterkoning is mijn favoriet omdat het kleine donsbolletje het hele jaar zo’n heerlijk liedje schalt. De mantelmeeuw is mijn favoriet als ik op het strand lig en ik deze stralend witte vogel van onder tegen de blauwe lucht op de thermiek zie glijden. Kortom, iedere vogel is mijn favoriet. Maar niet alleen de vogels, ik vind bruinvissen, walvissen, zeehonden, vossen, reeën en alle dieren geweldig. Vandaag heb ik mij verbaasd over de wondere wereld van de mossen in het winterse duin.

Ik zeg wel eens dat de natuur mij heeft gevormd. Deze wondere wereld maakt me keer op keer blij. De natuur maakt me rustig en inspireert me.

En de mensen, zijn ze ook een deel van de natuur? Jazeker, voor mij zijn mensen ook een diersoort. Alleen zijn mensen geen kroon op de schepping of de top van de piramide. De mens is een van de diersoorten. Grandioos hoe ze gemaakt zijn en wat ze kunnen. Als er te veel olifanten of ratten, of sprinkhanen zijn, gaat het plantenrijk ten onder. Dat geldt ook voor de mens. Een wonder van de natuur, maar er zijn er te veel en ze denken dat ze de kroon van de schepping zijn en de natuur mogen misbruiken. We moeten echt leren SAMEN te leven.

Soms ben ik wat pessimistisch, maar als ik de levensenergie, de overlevingskracht en de flexibiliteit van de natuur zie, dan weet ik dat het goed komt.

Els Baars

informatie over Els haar boeken en alle verhalen vindt je op: natuurverhalen.nl

informatie over Els haar werk als homeopaat vindt je op: www.homeopathieleiden.nl

 

Geef een reactie