Het mierennest


Ik geef het toe, ik ben een echt dorpsmeisje. Ik ben opgegroeid in de Bollenstreek, in een dorp met slechts 3 stoplichten. Zet mij in de stad neer en ik ben een target voor fietsers, auto’s en een kudde mensen… 

Het is zaterdag morgen, de zon komt op. Een vuurbal verschijnt net aan de horizon, de lucht kleurt, de natuur ontwaakt. Ik ben op weg naar het station en nurie het liedje: ‘op een klein stationnetje, ’s morgens in de vroegte…’  Voorhout is tenslotte slechts een perron met een voor en achterzijde. Wanneer ik mijn weg gevonden heb en in Leiden de intercity naar Utrecht heb genomen zoeft alles aan mij voorbij, de dames met hun koffie en eeuwige geklaag over hun werk, wat ouderen die naar de verzamelbeurs gaan, en alle anderen die in het gangpad wachten tot de trein stopt voor hun eindbestemming en ze zich met enige haast naar buiten wringen. 
     Ik ben op weg naar een meeting, een meeting van pelgrims. Het heeft wat ironisch, de meeste gaan pelgrimeren om te ontdekken, op zich zelf te zijn, de drukte te ontvluchten en puur leven in het hier en nu.  En wat doen ze? Ze spreken af met een grote groep, in een te drukke stad, met te veel mensen.
Ik loop onder het station door, het is een mierennest van gangen, trappen en mensen die door elkaar heen lopen. Een jongenman, ik schat hem eind twintig rent met grote passen door het gangenstelsel. Hij knalt met een grote klap tegen een oude man op en laat iets op de grond vallen. Alsof er op dat moment op een pauze knop is gedrukt, stopt iedereen om zich om te draaien naar de lange jongen op de grond. Haastig graait  hij naar het onbekende voorwerp, staat op en hij wankelt nog even op zijn benen. Zonder zich af te vragen hoe de man het maakt, rent hij verder. Halverwege roept hij nog iets van ‘sorry’ de man laat hij verontwaardigd achter, en er wordt weer op ‘play’ gedrukt. Ik vraag mij af waarom de jongen zo’n haast had, ik zal het nooit weten.    Rende hij nou echt zich suf om zijn trein te halen, die ene trein zal toch niet leven op dood zijn? Krijgt zijn vrouw een kind? Ligt zijn moeder op sterven? Ik mompel iets van “haastige spoed”… en een vrouw naast mij haakt in “…Is zelden goed.” Alsof er niets is gebeurd mengt iedereen zich in de mensenmassa in de stationshal.

In de natuur gaat het er heel anders aan toe. Een nest van mieren bestaat uit een ontelbare kolonie. Voor ons mensen, zoogdieren ziet zo’n hoop met insecten er maar griezelig en ongestructureerd uit, maar geloof mij, die kleine diertjes hebben alles beter in de hand dan wij mensen. Ze zullen nooit zonder reden tegen elkaar op botsen. Wanneer twee mieren botsen is het om ‘een boodschap’ door te geven met hun voelsprieten.  Iedereen heeft een taak, niemand loopt elkaar voor de voeten. Niemand heeft haast in een mierennest. Zoem eens in. Buk en verwonder je maar even. Er is altijd werkgelegenheid in een mierennest, niemand zal zich vervelen, of zich afvragen wat zij moet doen. Een paar meter onder de grond woont de koningin. Ze kan wel 15 jaar oud worden, haar werksters zijn trouwe onderdanen. Ze helpen de koningin, maar ze helpen ook elkaar in moeilijke tijden. Er moeten magen gevuld worden, larven verzorgd worden. Alles gaat met beleid. Ze hebben respect voor elkaar, en de natuur. Al zijn het echte rovers, ze gebruiken alleen het gene wat ze nodig hebben. Net als een pelgrim eigenlijk.

Pelgrimeren is: het onderweg zijn, het beleven. Dagelijks zijn er duizenden mensen onderweg, zonder na te denken. Een simpele trein reis is voor mij een grote belevenis, voor de ander blijft het ‘een simpele treinreis.’  
    Utrecht. Het lijkt alsof de hekken van de dierentuin zijn geopend en er een grote hoeveelheid dieren ontsnapt zijn. Komt het zien, komt het zien. Met hun blik op oneindig fietsen de mensen door de stad, lopen ze winkel in, winkel uit. Geven ze hun centen uit aan cadeaus voor de feestdagen, staan ze in de rij bij de Starbucks, dringen ze voor bij de roltrappen. Ik werp een korte blik van de roltrap naar de trap. Ik kies de trap. Mijn keuze is snel gemaakt, en ik ben nog sneller boven ook!  Ik voel mij een pion tussen de mensenmassa, alsof ik elk moment opzij kan worden geduwd, omver kan worden gelopen, plat kan worden gestampt. Er zit geen structuur in dit mierennest. Het heet de stad.


Liefs,

Moedertje Groen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *