Shit happens – deel 2

Mestkevers ruimen soortgenoot op.

Allereerst: gefeliciteerd lieve lenteliefhebbers! Begint het al te kriebelen? Het voorjaar zit in de lucht. Pril, heel pril. Haast ontastbaar en voor de meeste koukleumen nog niet eens voelbaar. Toch hoorde ik begin deze week plots de koolmees zijn bekende ‘fietspompje’ fluiten. Een typische voorjaarsroep. Ook zijn de spreeuwen begonnen aan het eerste ‘gekwetter’ een klepperend geluid vol afwisselende melodietjes waarbij hun keelveren zo mooi uitsteken. Het aller eerste begin. Omdat alles om ons heen nog kaal is vertel ik in dit verhaal hoe jij jouw natuurwandeling kan oppimpen.

In mijn eerste boek: In verbinding met de natuur, hoofdstuk ‘Shit Happens!’ hebben jullie kunnen lezen over de dappere mestkever. Een symbolisch verhaal over je eigen shit opruimen in het leven. Het is een thema die misschien een rode draad vormt in ons leven: opruimen, loslaten en opnieuw kunnen beginnen (op een vruchtbare bodem).

Kat in het bakkie? – De grappige katten van een vriendin van mij.

Afgelopen week was het voor mij zo’n week waarin ik een mestkever zou willen zijn. Iedere ouder of verzorger bereikt wel zo’n punt dat je zelfs van je eigen kroost even de nodige maagkantelingen krijgt. We ruimen dan met veel liefde en enige moeite de ‘rommel’ op van je kind. Die dag was ik blij dat ik de rubberen handschoentjes kon vinden, want niet alleen de kinderen maar ook de oude honden hadden de nodige ongelukjes. Gelukkig konden we er om lachen, want als je zeven bent zijn poepgrapjes het hoogtepunt uit de moppentrommel.

Hoe noem je een ziek hert in het bos? … Diarree.

Toen de kleine spruit eindelijk sliep kon ik even gauw de honden uitlaten waarnaar ik binnen 1 minuut twee keer in de hondenstront ging staan, omdat gemeente de poepzakjes heeft wegbezuinigd en niemand meer de shit opruimt. Zo’n dag dus … Shit happens. 

Uit eigen archief: een wolvendrol langs het pad. Herkenbaar aan haren van zwijn en stukjes bot.

Opruimen, ademhalen én weer door…  Dan liever een broodjepoep? Diezelfde dag las ik namelijk op het nieuws dat er een basisschool dicht ging wegens het populaire roodkapjesyndroom.  Er was een wolf gezien bij de school en uit voorzorg bleef de school dicht. Geen lesje ecologie, wolvensporen of het belang van grote predatoren in de natuur. Wél het zaaien van angst en paniek. Een gemiste kans natuureducatie aan de jongere generatie, als je het mij vraagt.

Poep speuren is een leuke bezigheid in de natuur. Bij mij gaat het vanzelf, ik kom altijd wel een drolletje tegen. Vossen, dassen, wilde katten, marters, hazen… Het maakt niet uit. Poep is iets interessants. Een sleutelaanwijzing naar een bosbewoner! Een teken dat je het pad kruist van een dier. Wie was hier? Denk maar aan het bekende boekje van de kleine mol die wil weten wie er op zijn hoofd heeft gepoept. 

Een natgeregende wolvendrol van maximaal 14 dagen oud. Vol met haren van wild. Stugge haren die hol zijn.

Je leert door goed te kijken ook wat een dier heeft gegeten.

Die ‘gevaarlijke’ wolven leggen drollen die behoorlijk(zachtjes uitgedrukt) stinken! Toen Luna en ik eens in het Veluwsebos liepen en zij een wolvendrol ontdekte heeft ze een kwartier lang geroken. Een hondenneus ruikt wel een paar duizend keer beter dan ons neusje, de geur van een dier en zijn uitwerpselen vertellen een boodschap. Naast de stank kun je een wolvendrol herkennen aan de inhoud. Wolvendrollen bevatten stugge haren van zwijnen, edelherten en reeën. Deze haren zijn hol om het wild te beschermen tegen de kou. De haren breken gemakkelijk en vormen vaak een puntje aan het einde van de drol. Ook zit een wolvendrol vol met botspliters. Zo kun je mij dus in een bos vinden met een stokje porrend in een drol om uit te zoeken wat het dier heeft gegeten.

Wolven zijn echte vleeseters, hun drollen zijn altijd zwart. Aan de hand van onderzoek naar 9000 wolvendrollen en de maaginhoud van 134 doodgereden wolven is bepaald dat het hoofdmenu van de wolf bestaat uit 50,9% ree, 20,3% wild zwijn, 13,3% edelhert, damhert 5,9%, andere herten 3,5% en haas en konijn 3,2%. Schapen en ander vee: slechts 1,6%.

Goed… Vleeseters, zwarte poep. Geen wolf in de buurt? Geen nood! Ga eens opzoek naar marterdrolletjes, vossendrollen of grazers zoals konijnen en reetjes. Wat kun jij ontdekken? Je kunt ook gekleurde kwakjes, diarree of drolletjes vinden. Schildjes van gekleurde kevers (bij dassenpoep bijvoorbeeld), rozenbottels, bramen, bessen en kruiden vormen soms een kleurtje aan het spoor. Dat levert bizarre kleurenpaletten en raadsels op. Zulke sporen zoeken geeft je boswandeling verdieping, het brengt je dichterbij de bewoners van je wandelgebied en leert je veel over de natuur.   Je kunt ook een sporenkaart downloaden gratis via de website van ARK (klik hier). Mooie afbeeldingen en schoolplaten.

Dus! Je weet… Shit happens, dus zet je speurneus op en ga opzoek naar poep.

Voorbeeld van een sporenkaart. Let op haartjes, vorm, patroon, hoeveelheid, gebied. Leer de dieren tijdens jouw wandeling kennen. Verse poep?

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.